Vakantiedagen Planner

Gratis Artikelen

Interesse in deze en overige Tools?

Meld u aan als gebruiker en krijgt onbeperkt toegang tot deze financiële portal.

Werkgevers moeten de vakantiedagen van hun werknemers zorgvuldig registreren. Gebeurt dat niet, en maakt een werknemer bij vertrek bezwaar tegen het aantal uren dat volgens de werkgever resteert, dan zal de rechter vaak de kant van de werknemer kiezen.

Risico bij niet registreren vakantiedagen
U loopt dus als werkgever een relatief behoorlijk financieel risico als u de vakantiedagen van uw werknemers niet goed bijhoudt. Uit art 7:641 lid 2 BW volgt, kort samengevat, dat de werkgever verplicht is de opname van vakantiedagen te administreren. Als er een geschil ontstaat tussen de werkgever en de werknemer over het saldo vakantiedagen, zal de werkgever zijn standpunt onder meer moeten motiveren door overlegging van die gegevens.

Dit lijkt allemaal voor de hand te liggen, maar in de rechtspraktijk ontstaat over het saldo vakantiedagen toch nog regelmatig een dispuut. Dit speelt bijvoorbeeld geregeld na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, waarbij een eventueel restant vakantiedagen moet worden uitbetaald ex art 7: 641 lid 1 BW en dus wordt omgezet in klinkende munt.

Als voorbeeld: 20 vakantiedagen vertegenwoordigen dan al gauw een maandsalaris. Voor werkgevers is het in de praktijk soms lastig, zo niet onmogelijk om precies de vakantie- en/of verlofdagen te registeren voor bepaalde groepen werknemers. Denk daarbij aan werknemers die in feite geen vaste standplaats hebben maar veel onderweg zijn, maar dat kan ook gelden voor werknemers die een groot deel van hun werkzaamheden vanuit huis verrichten. Tenslotte is het moeilijk toezicht te houden op werknemers die veel in het buitenland verblijven, de weekenden daarbij inbegrepen.

Jurisprudentie vakantiedagenregistratie
Zo’n laatste situatie speelde in een kwestie waarover de Hoge Raad moest oordelen, HR 12 september 2003, JAR 2003/243. In deze kwestie was de arbeidsovereenkomst ontbonden, maar de ex-werknemer vorderde daarna nog de uitbetaling van een fiks aantal vakantiedagen, omdat hij, volgens zijn opgave, ‘nooit op vakantie was geweest’. De werkgever zag zich voor een onmogelijke opgave geplaatst, nu er geen registratie was van de vakantiedagen van deze werknemer die voornamelijk in het buitenland werkzaam was geweest. De kantonrechter en de rechtbank hanteerde echter een strikte uitleg van art 7:641 lid 2 BW en oordeelde dat het niet registreren in de risicosfeer van de werkgever lag en dat dus de geclaimde vakantiedagen moesten worden uitbetaald.

De zaak lag deze werkgever kennelijk nogal zwaar op de maag, want daarna ging hij in cassatie bij de Hoge Raad. De Hoge Raad zag het een en ander genuanceerder en oordeelde dat de werkgever ook aan zijn bewijsverplichting heeft voldaan indien hij de betwisting van het saldo vakantiedagen baseert op de concrete omstandigheid dat de werkgever niet over een dergelijke registratie vakantiedagen kon beschikken gezien de wijze waarop de werkgever en de werknemer invulling hebben gegeven aan de inhoud van de arbeidsovereenkomst.

De conclusie kan dus luiden dat in bijzondere gevallen de werkgever niet ‘wordt gestraft’ voor het niet registreren van het saldo opgenomen vakantiedagen. Het betreft natuurlijk wel uitzonderingen; de hoofdregel is dat de werkgever het wel administratief moet bijhouden. Lukt dat echter door bijzondere en bewijsbare omstandigheden niet, dan kan de werkgever zich daarop beroepen en wordt de registratieverplichting van art 7:641 lid 2 opzij geschoven.

Interesse in deze en overige Tools?

Meld u aan als gebruiker en krijgt onbeperkt toegang tot deze financiële portal.

Item toegevoegd aan winkelwagen.
0 items - 0,00